h

RAADSBIJDRAGE HERZIENING APV Bi.0160627

30 januari 2017

RAADSBIJDRAGE HERZIENING APV Bi.0160627

 

Voorzitter, om maar met de deur in huis te vallen: wij zijn niet zo gelukkig met dit voorstel. Wij zullen uiteraard uitleggen waarom.

Vooreerst de opmerking “Hoe minder verbods-en gebodsbepalingen des te meer nadruk komt te liggen op de zelfredzaamheid van burgers en ondernemers bij eventuele overlast”. Dit vinden wij een verkeerd uitgangspunt. Dit raakt aan de visie die men heeft op de rol van de overheid. Wij weten ook wel, dat de huidige tendens is streven naar een steeds kleinere overheid en navenant een grotere rol voor burgers in de regulering van het maatschappelijk verkeer. En u weet ook, dat de SP daar toch enigszins ander over denkt. In de nota wordt terecht gesteld, dat de APV het ordelijk verloop van het maatschappelijk verkeer in de openbare ruimte regelt. Welnu , dit terechte uitgangspunt verdraagt zich niet met het uitgangspunt dat de burger het in geval van overlast via zelfredzaamheid maar zelf moet oplossen. Dit is niet alleen slecht voor het geordend laten verlopen van het maatschappelijk verkeer, het leidt ook tot tweedeling, een tweedeling die we al op veel te veel andere onderwerpen zien. Er zullen ongetwijfeld burgers zijn die zeer wel in staat zijn zich via zelfredzaamheid te weer te stellen tegen overlast, maar is er ook een grote categorie, die dat niet kan. En laten we die groep dan maar gewoon in de kou staan? Wat ons betreft niet. Dit is toch een stap in de richting van “het recht van de “sterkste ”en dat vinden we geen goed plan.

Ik geef een voorbeeld: art.2:26 bepaalt, dat het verboden is bij een evenement de orde te verstoren. Art 2: 33 bepaalt, dat het verboden is in een horecabedrijf de orde te verstoren. Meer bepalingen over ordeverstoringen zijn er niet. Wie a contrario redeneert zou kunnen concluderen, dat ordeverstoring elders dan bij evenementen of in de horeca dus wel is toegestaan, maar dat zal toch niet de bedoeling zijn. Maar bij orde verstoring buiten evenementen en horeca hebben onze handhavers met deze APV geen basis om op te treden en komt het dus inderdaad neer op zelfredzaamheid. En dat willen we niet. Waarom niet gewoon een algemene bepaling, dat het verboden is de orde te verstoren.  Zo moeilijk  is dat toch niet.

Tweede argument: 2017 zal gebruikt worden voor een inhoudelijke verdieping waarbij uitdrukkelijk de samenwerking met relevante partners zal woerden gezocht. Dit kan er toe leiden, dat bepalingen die nu zijn vervallen weer heringevoerd gaan worden en omgekeerd. Ook dat vinden we een verkeerd uitgangspunt. Het jojoën met regels is niet bepaald bevorderlijk voor de rechtszekerheid. Wij vinden de gekozen volgorde derhalve niet verstandig. Veel beter zou zijn eerst de verdieping te zoeken in overleg en  samenspraak met onze relevante partners en dan pas tot aanpassing van de APV te komen. En daar willen we dus voor pleiten. We zijn dus niet per se tegen iedere vorm van deregulering, maar de weg daarnaar toe die nu gekozen is vinden we niet verstandig.

Dat zijn de twee algemene argument waarom wij ons niet kunnen vinden in dit voorstel. Zoals gezegd,  we  zijn niet tegen deregulering op zich zijn. Het schrappen van overbodige regels is natuurlijk prima, tegen het schrappen van regels omdat ze al in andere wetgeving is verankerd is bestaat ook geen bezwaar, waarbij wel gezegd moet worden, dat dit laatste natuurlijk alleen een cosmetische ingreep is. Dan maken we dit boekje wat dunner omdat het al in een ander boekje staat. Maar in onze visie moet de overheid – wij in dit geval – gewoon  haar verantwoordelijkheid nemen. Zonder “law immers geen order “en hoe minder ‘law” hoe minder order”.

Dan op detail niveau. Verruiming van de openingstijden van de horeca zonder eerst de evaluatie van de pilot af te wachten. Vinden we ook al verkeerd. Een van de inspreeksters vorige week heeft daar terecht kritiek op geleverd. Het is natuurlijk heel raar een pilot te doen en nog voor het einde van die pilot en zonder evaluatie tot invoering over te gaan van hetgeen in die pilot werd uitgeprobeerd. Mogelijk is de voorgestelde verruiming geen probleem, maar we willen toch wel eerst die evaluatie zien alvorens daartoe te besluiten. Het antwoord op onze sjabloonvraag bevredigt dan ook niet. Kort samengevat komt het antwoord erop neer, dat we niet de evaluatie afwachten, omdat het een bestuurlijke wens is dat nu al te gaan veranderen.

Deze nota ademt haastwerk en wij zijn voorstander om gewoon meer tijd te nemen en het in een keer goed te doen. En dat laatste is nu niet het geval.

Het ventverbod.  De signalen die kennelijk worden afgegeven over overlast worden genegeerd. Los van wat je daar inhoudelijk van vindt is de redenering om geen ventverbod op te nemen niet valide. De beweerde grondwettelijke belemmering om een ventverbod op te nemen ligt ietwat genuanceerder. Als we ons beperken tot het op straat aanbieden van kranten dan valt dat onder de bescherming van art 7 van de Grondwet. Maar art 7 lid 4 GW maakt een uitzondering voor handelsreclame. Als iemand mij een krant aanbiedt kun je dat niet verbieden, maar als die iemand mij meteen een abonnement probeert aan te smeren wordt dat laatste niet grondwettelijk beschermd en kunnen we daar in de APV dus preventief iets aan doen. Ook art. 10 EVRM biedt die mogelijkheid. En last but not least is de Hoge raad hier vrij duidelijk over. Ik citeer: “Inderdaad is naast het in art. 7 GW erkende grondrecht van eenieder om door middel van de drukpers gedachten en gevoelens te openbaren in de rechtspraak aangenomen dat eenieder het recht heeft om een gedrukt geschrift te verspreiden en het daarin gedrukte aan het publiek bekend te maken, zij het onder gelijktijdige erkenning van aan gemeenteraden toekomende bevoegdheden om de verspreiding van een gedrukt geschrift op de openbare straat te onderwerpen aan voorschriften in het belang van de openbare orde”.

Duidelijker  zou ik het zelf niet kunnen formuleren. De discussie moet dus niet zijn kunnen we het venten reguleren, de discussie moet zijn willen we het reguleren. En lezende dat er op dit gebied overlast wordt ervaren lijkt ons daar wel aanleiding voor te bestaan.

Nu vraagt iedereen zich misschien af: oke, waar blijven dan de amendementen? Dat gaan we niet doen en wel om de simpele reden, dat voor ons bovenaan staat, dat we ervoor opteren eerst de verdiepingsslag te maken en dan pas met inachtneming van de uitkomsten van die verdiepingsslag tot aanpassing van de APV overgaan. Dat kun je niet redresseren met amendementen. Consequentie is dat het dan wat langer duurt.  Het zij zo, de wereld draait echt wel door als we een jaartje langer de tijd nemen. Het valt dan wel te betreuren dat een aantal ambtenaren zich een slag in de rondte heeft gewerkt om dit stuk te produceren, maar het is niet anders. Zie het maar als een stuk voorwerk om de verdiepingsslag te kunnen maken, dan is al dat werk niet helemaal voor niets.

 

 

Reactie toevoegen

U bent hier