h

Raadsnota Schuldhulpverlening.

22 februari 2017

Raadsnota Schuldhulpverlening.

Foto: SP

RAADSNOTA SCHULDHULPVERLENING

De fractie van de SP vindt dit een sympathieke nota. Uit alles blijkt, dat er goed over nagedacht is. De analyses komen ons juist voor, evenals de oplossingsrichtingen.

Wij delen de analyse, dat mensen met financiële problemen helaas maar al te vaak te laat hulp inroepen, met als gevolg, dat schulden, die in de aanvang nog hanteerbaar waren door de bijkomende incassokosten en oplopende rentes over zijn gegaan in problematische schulden. Veelal is het toch een combinatie van schaamte en het idee van “ik los dat zelf wel op “ die ertoe leiden, dat niet eerder hulp wordt ingeroepen. Dit constaterende ligt ook meteen voor de hand welke richting je moet bewandelen in het kader van preventieve maatregelen. Voorlichtingscampagnes zullen er op gericht moeten zijn duidelijk te maken, dat het hebben van schulden niet iets is om je voor te schamen. Je bent geen mislukkeling als je in een schulppositie terecht bent gekomen. Denk aan factoren als het verlies van je baan, echtscheiding e.d. Daarnaast dient in zo’n campagne te worden duidelijk gemaakt, dat we weliswaar in een tijd leven waarin zelfredzaamheid zo’n beetje de toverformule voor van alles en nog wat is, maar dat het getuigt van een gezonde mate van zelfredzaamheid als je op tijd inziet dat je er alleen niet uitkomt en dus op tijd hulp moet inroepen.

Dan iets over voorlichtingscampagnes op scholen. Er zijn geluiden over gebrek aan nut en effectiviteit van dergelijke campagnes. Het komt als voor, dat als je hersens voldoende zijn ontwikkeld o te onthouden waar Timboektoe ligt je ook wel kunt wel kunt onthouden, dat je iets niet moet kopen als je er het geld niet voor hebt.

Een probleem waar we wel mee worstelen is de vroegsignalering. Het beleidsplan gaat uit van doorverwijzing door maatschappelijke partners igv van vroegsignalering. Maar wat doe je als iemand dat signaal niet oppikt terwijl je als gemeente wel weet hebt van het bestaan van in ieder geval betalingsachterstanden. Ga ja dan passief zitten wachten tot die iemand zich zelf meldt of ga je als gemeente zelf actie ondernemen en ga je een gesprek aan? Dat is best lastig. Je raakt hier wel aan privacy en als iemand per se geen hulp wil dan geldt : jammer maar helaas. Enige vorm van ingrijpen is op zijn plaats, alleen is dan de vraag wanneer ? In het laatste VNG magazine viel te lezen, dat ook de Inspectie SZW constateert, dat gemeentes worstelen met de vraag het goede moment te vinden . Je moet dat ook niet vastgieten in een beleidsplan, maar afhankelijk van de concrete situatie per geval bekijken. Een gezin, dat al bekend staat met multiproblematiek zal je eerder moeten benaderen dan een “blanco gezin”. En nu we het hier toch over hebben: goed, dat er aandacht is voor het feit, dat schulden veelal niet een geïsoleerd op zich zelf staand probleem zijn, maar vaak samenhangen met andere problemen. En dus los je het schuldprobleem niet op als je ook niet gelijk aan de slag gaat met de andere problemen. Dat wordt in dit beleidsplan onderkend.

Het ontwikkelde instrumentarium als het dan toch is misgegaan komt ons adequaat voor. Integrale sluitende aanpak zijn niet alleen mooie woorden , het is ook de enige juiste aanpak. Het bestaan van laagdrempelige voorzieningen heeft eveneens in een goede stemming gebracht.

Twee zaken resteren nog. Ten eerste de wachttijden. Als we moeten lezen dat de wachttijd tussen het eerste gesprek bij het BAC en de eerste intake varieert tussen 4 weken en 3 maanden dan roept dat bij ons een oeps gevoel op. Iemand wendt zich niet voor niks tot het BAC en dan is vervolgens 3 maanden veel te lang en dat werkt bepaald niet motiverend. Dus graag een maximale inspanning om deze periode tot zo kort mogelijk terug te brengen. En als dat leidt tot een grotere ambtelijke inzet dan moet dat maar.

Ten tweede het thans lopende contract met Kredietbank Nederland. We hebben geconstateerd, dat het rentepercentage dat KBN in rekening brengt rijkelijk hoog is. Dat is geen kritiek, het is een constatering. Maar feit is natuurlijk wel dat hoe hoger het rentepercentage des te minder er voor de crediteuren beschikbaar is. En hoe hoger het aanbod is dat je aan de crediteuren doet om tegen finale kwijting van het restant een x bedrag van de vordering te voldoen hoe groter de kans is, dat zo’n aanbod wordt geaccepteerd. Dus is het zaak eens kritisch naar dat rentepercentage te kijken. Kan dat niet minder? In Den Haag in ieder geval wel. Zijn er andere middelen om tot financiering van een akkoord te komen? Mogelijk. We zouden graag zien, dat het College alvorens tot verlenging van de huidige overeenkomst met de Kredietbank te komen eerst de mogelijkheden onderzoekt of het anders en goedkoper kan. Daartoe dient de ingediende motie.

Reactie toevoegen

U bent hier